Hessens-Schortens aardewerk

Het Hessens-Schortens aardewerk is een aardewerktype wat ruwweg voorkwam tussen 450 en 875 n.C. Het is een aardewerk type dat vaak ondergewaardeerd wordt en soms zelfs vergeten lijkt te worden. Misschien is dit omdat er veel vragen bestaan omtrent datering, ontstaan en de rol van het Hessens-Schortens aardewerk in de geschiedenis. Wel is zeker dat het Hessens-Schortens aardewerk een belangrijke brug is geweest in de ontwikkeling van het aardewerk van de ijzertijd tot de middeleeuwen. 

 
Hessens-Schortens aardewerk ut Gelderland (bron: RMO)

Uiterlijk en vormen
Hessens-Schortens aardewerk is vaak lelijk, kaal en grof afgewerkt (ruwwandig) aardewerk dat lokaal geproduceerd werd. Toch hoeft het niet altijd zo slordig te zijn. Naast de veelvoorkomende slordige exemplaren zijn er ook mooie afgewerkte en zelfs gepolijste exemplaren van teruggevonden met rijke versieringen.
Doorgaans is kenmerkend voor het Hessens-Schortens aardewerk de korte opstaande randen en en het grauwe uiterlijk. Het aardewerk is vaak niet versierd en dikwandig, in tegenstelling tot het Angelsaksische aardewerk wat ook nog in die periode voorkwam (6e eeuw). Het Hessens-Schortens aardewerk doet zich vaak voor als grof en slordig afgewerkt aardewerk. Het heeft geen duidelijke (biconische) vormen en is daarom ook vaak moeilijk te dateren en te onderscheiden. Vaak wordt het Hessens-Schortens aardewerk zelfs niet eens herkend of vergeten en doet het zich voort onder de namen zoals 'eipot', 'proto-kogelpot' of 'ruwwandig handgevormd aardewerk'.

Het aardewerk werd lokaal met de hand gemaakt en is daarom nooit op grote schaal geproduceerd. Omdat potten van klei alleen erg kwetsbaar zijn werden potten vroeger met 'gruis' vermagerd om ze sterker te maken. Deze magering werd bij Hessens-Schortens aardewerk voornamelijk met steengruis gedaan. Soms werd dit ook met organische materiaal gedaan en in enkele gevallen is hier schelpgruis voor gebruikt.
Het baksel van het Hessens-Schortens aardewerk is vaak niet heel erg heet gebakken en dus ook niet van hele hoge kwaliteit, in tegenstelling tot het Angelsaksische aardewerk wat vaak wel erg hard gebakken was.
Sommige Hessens-Schortens aardewerk heeft ook versieringen. Soms zijn dit versieringen die ook af te leiden zijn van het Angelsaksische aardewerk. Ook kan het stempelversieringen bevatten die al meer lijken op de versieringen van het latere Merovingische en Badorf aardewerk. Wel zijn de potten vrijwel altijd alleen aan de bovenkant versierd.


Versieringen op Hessens-Schortens aardewerk (bron: Masterscriptie archeologie over Hessens-Schortens aardewerk door Hilde Boon) 

Vindplaatsen
Het Hessens-Schortens aardewerk komt voor in het zogenaamde 'Noordzee gebied'. Het is vooral goed vertegenwoordigd in Duitsland en Noord-Nederland. Ook zijn er enkele vondsten gedaan in Zuid-Nederland, Vlaanderen, Engeland en Denemarken, maar dit waren plaatsen waar andere typen aardewerk gebruikelijk waren.
In Nederland is vooral Noord-Nederland goed vertegenwoordigd. In Friesland en Groningen zijn vanaf de 6e eeuw veel terpen weer bewoond door Friezen, Angelen en Saksen die daar het Hessens-Schortens aardewerk produceerden en gebruikten naast het Angelsaksische aardewerk en Frankische en Saksische importaardewerk. In Drenthe zijn ook veel vondsten gedaan, ook van eerdere types Hessens-Schortens aardewerk. Dit omdat er in Drenthe van de ijzertijd tot de middeleeuwen doorlopend bewoond is geweest.
In Noord-Holland zijn er op plaatsen zoals Texel, Wieringen, Medemblik, Castricum en de duingebieden ook vondsten gedaan van Hessens-Schortens aardewerk. Ook in het Oosten van Nederland, ten Noorden van de Rijn, is Hessens-Schortens aardewerk teruggevonden.
In Duitsland zijn ook veel vondsten gedaan van het Hessens-Schortens aardwerk, waar het tevens zijn naam (vindplaatsen: Hessens en Schortens) aan te danken heeft.

Dateringen
In principe komt het Hessens-Schortens aardewerk voor in de 6e, 7e en 8e eeuw. De 6e eeuw blijkt echter wel ondervertegenwoordigd te zijn en men gaat er dan vaak ook vanuit dat veel van het Hessens-Schortens aardewerk na de grote Volksverhuizingperiode is gebruikt. Vooral de 7e en het begin van de 8e eeuw (Merovingische periode) zijn goed vertegenwoordigd van dit type aardewerk.
De latere versies van Hessens-Schortens potten vertonen al een bolling in de bodem van de potten waarmee deze Hessens-Schortens aardewerk een mogelijke ontstaanswijze vormen voor de zogenaamde 'kogelpotten''. Deze kogelpotten, die de Hessens-Schortens potten opvolgeden, zijn erg typerend voor de Karolingische periode (9e en 10e eeuw) en zijn tot in de middeleeuwen nog gebruikt.

Hessens-Schortens aardewerk bij de Wironii
Omdat het Hessens-Schortens aardewerk vooral in de 7e eeuw erg veel voorkwam is dit type aardewerk voor de Wironii niet standaard in gebruik. Toch zijn er genoeg voorbeelden van Hessens-Schortens aardewerk uit Noord-Nederland te vinden die uit de 6e eeuw dateren. Het Hessens-Schortens aardewerk valt dan ook nog wel binnen de tijdsperiode van de Wironii en behoort dan ook in zeldzame vorm wel tot onze aardewerkcollectie.


14C gedateerde potten, overgenomen uit Lanting en Van der Plicht 2011, gesorteerd per type
Bron:
Masterscriptie archeologie over Hessens-Schortens aardewerk door Hilde Boon


Tekst door: Maarten den Hartigh
Datum: 9 februari 2012

Bronnen

Rijksmuseum van Oudheden (RMO). Geraadpleegd op 9 februari 2012.
www.rmo.nl

Boon, Hilde (2011), Masterscriptie archeologie: Hessens-Schortens. Een typologische studie naar vroegmiddeleeuws, handgevormd aardewerk in Noord-Nederland. Rijksuniversiteit Groningen.

Drs. I. Hesseling en Dhr. P. Wemerman (2011), Inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven: de Woordhof te Hummeloo. In opdracht van Gemeente Bronckhorst. Hoofdstuk 3.3